1. dec, 2015

Beter inzicht op jong dementie !

Dat jongere mensen met de ziekte van Alzheimer – dus de vaakst voorkomende vorm van dementie – een aanzienlijk beter inzicht hebben in hun cognitieve stoornissen dan ouderen, hebben ze volgens Van Vliet te danken aan de hogere mentale eisen die hun omgeving hen stelt, waardoor ze zich beter bewust zijn van hun beperkingen.

Van Broeckhoven vindt dat nogal logisch: “Jonge patiënten staan met hun twee voeten middenin het leven: ze werken nog, hebben vaak een gezin met kleine kinderen, ze zijn sociaal actief, hebben hobby’s, en bovendien kennen zij een snellere progressie van de ziekte (zie ook ‘De (niet zo) theoretische grens van 65’). Logisch dus dat zij veel harder geconfronteerd worden met de gevolgen van hun aandoening dan 65-plussers.

Senioren verwachten bovendien dat ze een hele reeks ouderdomskwaaltjes zullen krijgen, want vanaf een bepaalde leeftijd wordt iedereen geconfronteerd met vergeetachtigheid (zie ‘Vergeetachtig? Of dement?’), dus het duurt bij hen uiteraard wat langer vóór ze door hebben dat er meer aan de hand is dan gewone ouderdomsvergeetachtigheid en dat er sprake is van een dementieproces.”

Maar er is ook goed nieuws. Doordat jonge patiënten met dementie dubbel zo vaak een intact ziekte-inzicht hebben dan ouderen, zijn ze meestal ook meer gemotiveerd om behandeld te worden en kunnen ze een behandeling ook beter volhouden. Daardoor slaan sommige behandelingen en begeleidingen in deze groep wellicht beter aan.

Dat gaat dan uiteraard niet over medicijnen, maar over cognitieve training en psychologische ondersteuning,” legt Van Vliet uit. “Patiënten die een beter ziekte-inzicht hebben, kunnen mogelijk ook beter hun beperkingen herkennen en daardoor beter met hun aandoening omgaan.”

Vergeetachtig of dement?
De gemiddelde leeftijd waarop dementie op jonge leeftijd wordt vastgesteld, is 59, een leeftijd waarop gewone ouderdomsvergeetachtigheid ook vaak de kop opsteekt. “Ouderdomsvergeetachtigheid kent iedereen’, vertelt alzheimerexpert Christine Van Broeckhoven. “Het is heel subtiel en is het gevolg van de veroudering van de hersenen. Ik noem dat graag de rimpelende veroudering van de grijze massa, omdat mensen zeer goed het rimpelen van de huid kennen en het vergrijzen van het haar en daar oudere mensen aan herkennen. Dat verouderen van de hersenen heeft als gevolg dat je meer hersencellen verliest en dat je verstandelijk functioneren – het gebruik van informatie en kennis – vertraagt. Maar dat is iets waar je perfect mee kan leven en wat je ook verwacht.”

De ziekte van Alzheimer kent een heel ander verloop. “Het alzheimerproces is een teruggang in de tijd,” vertelt Van Broeckhoven. “Eerst verlies je je werkgeheugen, dat is wat je gebruikt om dagelijks te functioneren, bijvoorbeeld om te weten wanneer het ochtend, middag en avond is. Daarna wordt je kortetermijngeheugen aangetast. Dat betekent dat je geen nieuw geheugen meer aanmaakt, waardoor je dezelfde vraag tien keer opnieuw stelt, of opnieuw begint te eten als je pas van tafel bent. Daarna gaat het proces nog verder achteruit, waarbij je vergeet wat je het recentst hebt geleerd, omdat dat minder goed zit opgeslagen in de hersenen. De herinneringen aan de kindertijd blijven het langst bewaard. Vandaar dat men vroeger van iemand die dement werd, zei dat hij kinds werd.”

“Jonge mensen die de ziekte van Alzheimer krijgen, beginnen in principe ook met geheugenproblemen, maar de progressie van de ziekte gaat bij hen veel sneller dan bij oudere patiënten,” besluit Van Broeckhoven.

“De langzame periode voorafgaand aan het dementieproces slaan zij bij wijze van spreken over, waardoor ze veel sneller achteruitgaan.

Bij jonge patiënten met frontaalkwabdementie – na de ziekte van Alzheimer de tweede oorzaak van dementie op jonge leeftijd – gaat het volledig anders. Zij vertonen in het begin van de aandoening vooral gedragsproblemen en kunnen daar pas in een latere ziektefase ook een geheugenprobleem bij krijgen

Daarbij komt nog dat er een groot verschil is tussen het ziekteproces van dementie op jonge leeftijd en dat van dementie op latere leeftijd. 

“Mensen met jongdementie krijgen dementie in jonge hersenen die nog niet begonnen zijn aan het verouderingsproces. Terwijl bij ouderdomspatiënten ook de verouderende biologie van de hersenen meespeelt in de manier waarop de ziekte tot uiting komt en in de progressie van de ziekte. Zeker bij 80-plussers is er het effect van ouderdomskwalen zoals het verouderen van de bloedvaten en een hogere bloeddruk.”

Bij jonge patiënten zou je kunnen spreken van een zuiverder ziekteproces in een niet-verouderende omgeving.”

Typisch voor jongere patiënten is de snellere progressie van de ziekte. “De levensverwachting van jonge dementiepatiënten is 6 jaar, die van oudere patiënten 7 jaar,” vertelt Van Broeckhoven. “Dat lijkt niet zover uiteen te liggen, maar terwijl de levensverwachting bij oudere patiënten kan variëren van 2 tot 25 jaar,

is dat bij jongere patiënten 1 tot 11 jaar. Dat wijst erop dat ze veel sneller door het ziekteproces gaan. We vermoeden dat die snellere progressie wordt veroorzaakt door een aantal factoren die niet aanwezig zijn bij ouderdomspatiënten.”

De grens van 65
We hebben het over dementie op jonge leeftijd als patiënten hun eerste symptomen krijgen voor hun 65ste. “Dat is natuurlijk een theoretische grens,” vertelt expert Christine Van Broeckhoven. “Die grens wordt onder andere gebruikt door demografen om bijvoorbeeld de vergrijzing in kaart te brengen, of door ons om een onderscheid te maken tussen jongdementie en ouderdomsdementie. Toch is het duidelijk dat de effecten van het verouderen heel goed zichtbaar worden vanaf de leeftijd van 60 à 65 en ook het aantal dementiepatiënten dan fors begint te stijgen. Dus er zit wel voor een stuk biologie achter.

Ik heb delen van het dit verhaal geplaatst omdat daarmee duidelijk de verschillen worden aangeven omtrent de uitleg Jong dementie ! 

Wilt u het hele stuk lezen klik dan op de link en bron: http://www.hpdetijd.nl/2015-09-21/burn-out-vergeetachtig-of-vroeg-alzheimer-alles-over-jongdementie/